Buiten de grenzen : 5e RVD-blog

Jarenlang voelde niemand zich verantwoordelijk voor beeld- en geluidmateriaal. Het traditionele archief had er geen ervaring mee en vond ook dat het buiten de nationale Archiefwet viel, musea waren nauwelijks geïnteresseerd en instellingen die zich met media bezighielden zagen een archief als een plek waar je gebruikte banden kon bewaren. Dat gold in Nederland en ook daarbuiten. Maar er bestond toen al een aantal steeds actiever internationale professionele organisaties, die probeerden samen te werken en waar het Filmarchief aansluiting bij zocht.

Internationale verenigingen

In 1981 werd het Filmarchief volwaardig lid van de FIAT/IFTA (internationale federatie van TV-archieven) en in 1982 van de FIAF. Later trad het ook toe tot de IAMHIST, de internationale vereniging voor media en geschiedenis, waarin het een tijdlang Nederland vertegenwoordigde, en de IASA, de internationale vereniging voor geluids- en audiovisuele archieven. Ook werd het lid van de CIA, Conseil international des Archives. Gedurende 10 jaar was hoofd Filmarchief voorzitter van de CIA/Commissie Audiovisuele Archieven (CAV) en lid van de Coördinatiecommissie Audiovisuele Archieforganisaties, een adviesgroep voor de UNESCO. Deze adviesgroep moest de sector Communicatie en Informatie van de UNESCO adviseren over de ontwikkeling van audiovisuele archieven wereldwijd, en het daarvoor benodigde budget. De groep coördineerde verder het werk van de professionele organisaties. Hoofdmomenten in de discussies met de UNESCO waren onder meer: updating van de reeks RAMP Studies voor archieven; juridische aspecten van depot en van hergebruik; digitalisering; ethiek; filosofie van de AV archivering; opleidingen; samenwerking van AV archieven in de Europese Unie; hulp aan ontwikkelingslanden inclusief ex-Sovjetkolonies.

Congressen

Als voorzitter ICA/CAV produceerde het Filmarchief voor de vierjaarlijkse congressen van de ICA korte videopresentaties over ‘het audiovisuele archief’, waarvan de presentatie van 1988 (Parijs) uitgekozen werd om vertoond te worden tijdens de congresopening door president Mitterrand. In 1988 hielp het Filmarchief mee bij het verwerken van een wereldwijde enquête, die door de internationale federaties van film- en televisiearchieven was gehouden om te kijken wat het effect was geweest van de Recommendation for the safeguarding of the audiovisual heritage die de UNESCO in 1980 in Belgrado aangenomen had. De inhoud van de ‘Aanbeveling’ blijkt al uit haar titel. Een Aanbeveling is niet bindend en bevindingen bleken tegen te vallen. Van alle films die in of over Oceanië gemaakt waren, was er geen meer bewaard. Viervijfde van het materiaal in Afrika was niet meer te achterhalen en dat gold ook voor driekwart van de in Azië gemaakte films, buiten India. Er was weinig tot niets gedaan aan het inrichten van goede bewaarplaatsen of aan het aanpassen van wetgeving over verantwoordelijkheden voor het audiovisuele erfgoed. De bevrijding van vroegere Sovjetkolonies en staten die in de USSR waren ingelijfd toonde allengs dat de situatie daar, zoals in vele andere zaken, zo mogelijk nog dramatischer was.

Inhaalslag

Kortom: de problematiek waar wij ons in Nederland het hoofd over breken is in veel landen nog een ideaal. Daar is men vaak nog bezig met een inhaalslag. In de loop der jaren heeft het Filmarchief namens verschillende internationale organisaties een bijdrage mogen leveren aan de reorganisatie en modernisering van verschillende nationale archieven in de Baltische staten, Albanië, Kosovo, Sri Lanka, Brazilië, Nederlandse Antillen, Oman, enzovoorts.